Author Archive

Door de herhaling wordt het grappig

Compare © Frank Schallmaier / Serieze zaken

Welke het is, dat zegt hij niet. Maar zijn eigen piemel zit er ook tussen. Meermaals zelfs. Zo is één van de 247 fotootjes in het werk ‘Compare’ van Frank Schallmaier zelf. Dat zijn snapshots waarop mannen een voorwerp naast hun geslacht houden om te laten zien hoe groot het is. De meest uiteenlopende voorwerpen – van colablikje en bierflesje tot afstandsbedieningen en meetlinten, toiletverfrisser of insectenverdelger, een pak melk, mobiele telefoons of een schaar, een pistool en – je moet er maar op komen – een piano. Een doosje tissues en een toiletrol, een bos rozen en een pijp (in de breedte), een courgette en een bus scheerschuim. Een pakje sigaretten en een reep Toblerone, een doos Pringles en een aansteker. Een man heeft twee muntjes op zijn piemel gelegd. In de breedte. Een ander heeft er een dollarbiljet naast gelegd, een donkere man heeft acht quarter dollars op zijn stijve piemel gelegd, weer een ander heeft hem nagedaan, maar heeft vals gespeeld: hij moest plakband gebruiken om de muntjes op hun plek te laten liggen. Schallmaier, lachend: ‘Het bewijs is nog maar eens geleverd: size matters!’

Schallmaier (Venray, 1977), in het dagelijks leven fotoredacteur bij de Volkskrant, struimt sinds hij zeven jaar geleden een tweedehands iMac kreeg homosites af op snapshots van mannen die zichzelf aanbieden. Meer dan 15 duizend foto’s heeft hij inmiddels, gerubriceerd in meer dan vijftig zelfbedachte categorieën: van de split (met gespreide benen boven de zelfontspanner) en homo’s in een handstand bijvoorbeeld, tot naakt voor de spiegel, onherkenbaar door het flitslicht in hun gezicht. ‘Amusante knulligheid’ noemt hij het. ‘Afzonderlijk zijn het stuntelige, soms vuige foto’s; door de veelheid en de herhaling wordt het grappig. Al die mannen denken waarschijnlijk dat ze volstrekt uniek op de foto staan, maar wat opvalt is juist de uniformiteit.’

In 2009 was Schallmaiers werk al te zien op ‘Off the Record’, een door Hans Aarsman gecureerde expositie van kunstaankopen van het Stedelijk Museum, met werk dat gemaakt was vanuit de behoefte iets vast te leggen, zonder vooropgesteld artistiek doel. Schallmaiers werk werd niet aangekocht door het Stedelijk, maar trok wel de aandacht van galeriehouder Rob Malasch, die hem een solo-expositie aanbood. Schallmaier stelde zes tableaus samen, met namen als ‘Confetti’ en ‘Silhouets’; de ingeflitste piemels en onappetijtelijke, lillende lullen zijn definitief tot kunst gepromoveerd. Toch? ‘De eerste keer dat Rob tegen een klant zei: “Dat is de kunstenaar”, verslikte ik me bijna. Het klinkt zo hoogdravend. Maar het is kunst. Kunst met een keiharde K!’ Trots wijst hij op de stippen onder zijn werken. ‘Kijk, er zijn er al zes verkocht!’

Zijn verzameling neemt nog steeds toe – ‘Waar mogelijk vraag ik om toestemming, en anders maak ik ze onherkenbaar. Tatoeages laat ik weg’ – en Schallmaier ziet nog genoeg andere mogelijkheden. Zo wil hij een kwartet samenstellen (‘Mag ik van jou uit de categorie tandpasta de uitgeknepen Prodent?’) en van de collage ‘Confetti’ echte confetti laten maken. ‘Op elk confetti-tje een piemel. En die confetti dan rondstrooien op een groot homofeest. De piemels teruggeven aan de mensen, zeg maar. Performance art. Ja, ik heb de smaak te pakken!’

NO PIC – NO POINT van Frank Schallmaier en ‘special friends’. T/m 3 oktober Serieuze Zaken, Lauriergracht 96, www.serieuzezaken.info.

06

09 2010

Lekker experimenteren met ideeën

‘Het is in de eerste plaats een programma voor kunstenaars en kunstliefhebbers, maar het moet ook interessant zijn voor mensen die toevallig langszappen. Die moeten óók blijven hangen. Dus moet het snel communiceren met de kijker, sneller dan in een kunstcontext, zoals een galerie of een museum. Het moet direct iets losmaken.’

RIETVELD TV (of ‘rieTVeld’) heet het even informatieve als vermakelijke programma van de Gerrit Rietveld Academie, waarvan iedere eerste zaterdag van de maand op AT5 een nieuwe, 12 minuten durende aflevering wordt uitgezonden. Het wordt sinds 2008 gemaakt door Kuno Terwindt en Gijs Müller. Terwindt studeerde zelf af in 1996 aan de Rietveld Academie (‘De lichting van Jeroen de Rijke en Joost Conijn’). ‘Wij vroegen ons af wat er eigenlijk met al ons werk was gebeurd, want officieel was er niets bewaard gebleven. Een bewegend beeld archief was er simpelweg niet.’

Zoektochten door de krochten van de academie en de ‘subarchiefjes’ van docenten en onderwijscoördinatoren leverden een schat aan materiaal op. In allerhande al lang niet meer gangbare filmformaten, van super8 en U-matic tot ‘single reel video’. Van inmiddels bekende kunstenaars als Rob Scholte, Micha Klein, Gerrit de Jager, Michiel Romeyn, Peter Klashorst en Rogier & Maarten van der Ploeg, maar ook van makers van wie na het eindexamen weinig meer is vernomen. Heel goed werk én filmpjes waarvan de makers het bestaan soms liever zouden ontkennen. Maar bijna allemaal ‘echte Rietveld-werk’, aldus Terwindt: ‘Je komt de gekste dingen tegen. Maar ze hebben allemaal dezelfde Rietveld-touch. Wat dat is? Laat ik het zo zeggen: het conceptuele is heel belangrijk op de Rietveld, de uitvoering laat nog wel eens te wensen over. Het is vaak lekker experimenteren met ideeën’.

Vanavond begint het derde seizoen, waarin Terwindt niet langer alleen studentenwerk wil laten zien, maar ook nieuw werk van ex-studenten. ‘Daardoor kunnen we beter inspelen op de actualiteit. Als Inez van Lamsweerde exposeert in Foam, zoals nu het geval is, wil ik haar vragen een bijdrage te leveren aan het programma. Met recent maar ook haar oude werk. Op Terwindts verlanglijstje staan naast Van Lamsweerde vermaarde ex-Rietvelders als Wim T. Schippers, Alex van Warmerdam, Rineke Dijkstra, Fiona Tan, Jan de Bouvrie en Guido van der Werve. Maar de allereerste aflevering is nog op de oude, vertrouwde manier. Het is een afstudeerspecial, met aandacht voor onder anderen Sara Campos, in juni bekroond met de GRA Award, de jonge, uit Afghanistan gevluchte Dawood Hilmandi, die inmiddels is aangenomen op een filmschool in Londen, en voor Quintus Masius, student interaction design – unstable media. Hij maakte Your Nose is Bleeding, een compilatie van fragmenten uit Hollywoodfilms waarin mensen met een bloedneus – van Quentin Tarantino’s Pulp Fiction tot Babel van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu. Fraai gemonteerd. En leuk om te bedenken waar al die fragmenten ook alweer uitkomen.

RIETVELD TV. Iedere zaterdagavond van 23.40 tot 23.55 uur op AT5. De uitzendingen zijn daarna ook te bekijken op rietveldtv.nl. De seizoenen 2008-2009 en 2009-2010 zijn ook op dvd verschenen, en te bestellen op filmfreaks.nl.

03

09 2010

Een stripverhaal van de rijke geschiedenis van het Stedelijk Museum

‘Een stripverhaal van de rijke geschiedenis van het Stedelijk Museum’, zo typeert curator Carolien Glazenburg de affiche-expositie in de rondgang rond de beroemde trap van het Stedelijk Museum: in 109 affiches wordt zichtbaar wat er sinds de opening in 1895 allemaal is gebeurd in het Stedelijk Museum: hoe de functie van het gebouw veranderde; wat roemruchte directeuren als Willem Sandberg, Edy de Wilde, Wim Beeren en Rudi Fuchs aan iconische tentoonstellingen organiseerden; en hoe rijk de Nederlandse ontwerpgeschiedenis is.

De jongste poster is voor ‘Off the Record’ uit 2009 (grafisch ontwerp: Sabine Verschueren), een expositie van de gemeentelijke kunstaankopen tijdens Art Amsterdam; het museum had toen al even geen eigen onderkomen meer. Het alleroudste affiche dateert uit 1909, en maakt reclame voor een expositie over de hofhouding van Koning Willem III (‘toegang vrij’); het museum deed dienst als kunsthal, waar allerlei groepen en instanties gebruik van konden maken. De gemeente Amsterdam toonde er bijvoorbeeld welke nieuwe formulieren er gebruikt gingen worden voor het innen van belastingen.

De meeste affiches zijn, hoe kan het ook anders, van de hand van Willem Sandberg, die van 1945 tot 1962 ‘designing director’ van het Stedelijk was. Hij maakt heldere, zwierige, schijnbaar simpele letteraffiches – stuk voor stuk kunstwerken op zichzelf. Het rijke oeuvre van Sandberg laat zien hoe verscheidenheid en continuïteit kunnen uitmonden in een consequente grafische stijl van een museum. Dwars is hij ook: in de poster voor ‘150 jaar mode’ verwerkt hij tijdens de oorlog het woord moffen; die moest op last van de Duitsers direct worden verwijderd.

Na Sandberg komt Wim Crouwel, die ook letteraffiches maakt, maar dan naar Zwitsers voorbeeld, volgens een strak stramien (fameus is zijn zwart-witte poster voor de expositie ‘Vormgevers’ uit 1968 met een handgemaakt grid). Na Crouwel komt Anthon Beeke, die uitpakt met ‘staged photography’: hij bouwt hele installaties en beschildert mensen, fotografeert die vervolgens en gebruikt het beeld als basis voor het affiche.

Glazenburg koos posters van roemruchte exposities en van zo’n beetje iedere Nederlandse ontwerper van naam: Jans Bons is vertegenwoordigd, Wild Plakken, Hard Werken, Irma Boom (met niet zo’n heel erg fraaie poster, voor het World Wide Video Festival in 1998), Lex Reitsma, Esther Noyons (de gewonde stierenvechter voor een expositie van fotografe Rineke Dijkstra; eerst hing een teaserposter zonder tekst in de stad, later de echte met de naam van het museum erop) en Mevis & Van Deursen. Het Amsterdamse grafisch ontwerpduo tekent ook voor de nieuwe, tijdelijke huisstijl: een dieproze T bestaand uit twee banen. Hun poster voor ‘the temporary stedelijk at the stedelijk museum’ hangt overigens niet in het museum, maar in de stad: in de abri’s van JCDecaux.

Opvallend én confronterend is ook het tekstaffiche dat een tijdlang in de entree van het Stedelijk Museum CS heeft gehangen, om toeristen erop te wijzen dat in dit tijdelijke onderkomen geen plek was voor ‘oude’ kunstenaars als Rietveld, Mondriaan en Picasso. Door hun namen staat een dikke streep. De uitsmijter: ‘… de vaste collectie ziet u eind 2009 weer in het Stedelijk Museum aan het Museumplein!’.

Zo ver is het nog niet, helaas.

Wanneer het museum weer permanent opengaat, blijft de rondgang rond de trap (‘Zaal 30’) de plek voor affiches. Nu zijn er nog reprints te zien, die niet allemaal even mooi van kleur zijn en soms ook wel wat vlekkerig. Dan, als de klimaatbeheersing functioneert, kan de rijkdom van de postercollectie van het Stedelijk – meer dan 30 duizend stuks – pas écht goed zichtbaar worden. Opschieten! ‘Stedelijk in affiches’ maakt hongerig.

stedelijk in affiches. t/m 9 januari 2011 in The Temporary Stedelijk in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13.

02

09 2010

Zoek de 10 verschillen

Links de poster van Mystic River, Clint Eastwoods wraakfilm uit 2003; rechts de poster van Schemer, Hanro Smitsmans speelfilmadaptie van de krankzinnige moord op Maja Bradarić in 2003. De overeenkomsten zijn onmiskenbaar, maar een subtiel verschil is er ook: het water op de Mystic River-poster is rimpelloos, in het water op het Schemer-affiche zijn nog kringen zichtbaar. De daad laat sporen na.

01

09 2010

Actie! – Dinsdag 15 juni 2010, 11.37 uur. Prinsengracht 756, Amsterdam

Regisseur Antoinette Beumer overlegt met cameraman Danny Elsen. Foto Bob Bronshoff

Terwijl regisseur Antoinette Beumer met de Vlaamse cameraman Danny Elsen staat te overleggen over de ‘casino-scène’, spreekt een productiemedewerker zijn tevredenheid uit over het enorme aantal figuranten. ‘Dat is ook wel eens fijn. Dan hoeven we niet de hele tijd te dubbelen’.

Het monumentale pand De Duif aan de Prinsengracht in Amsterdam is voor de gelegenheid omgebouwd tot gokpaleis, compleet met rood tapijt, speeltafels, roulette, luxe zitjes, croupiers, serveersters in sexy outfits en beveiligers. En een kleine tweehonderd figuranten.

Ze zijn ‘goodlooking’ en ‘verzorgd’, tussen de 28 en de 60 jaar, precies zoals in de oproep van het castingbureau was gevraagd. En ze dragen avondkleding – ook een vereiste. Voor 40 euro en een overdadige lunch doen de tiptop geklede dames en heren een dag lang wat er van ze wordt gevraagd. En kunnen ze zich aan de échte sterren vergapen: Barry Atsma, Kim van Kooten, Katja Herbers, Lies Visschedijk, Jeroen van Koningsbrugge, Hadewych Minis, Fedja van Huêt, Anna Drijver, Rick Launspach…

Die sterrencast is precies de reden van de remake, anders had distributeur Independent Films ook gewoon het geslaagde Vlaamse origineel in de Nederlandse bioscopen kunnen uitbrengen. Die film, geregisseerd door Erik Van Looy, trok in Vlaanderen 1.186.071 bezoekers (Loft verbrak het 19 jaar oude record van het Urbanus-vehikel Koko Flanel). Omdat het een spannende, goed gemaakte thriller is natuurlijk én omdat de hoofdrollen worden gespeeld door tal van Bekende Vlamingen.

In Loft (naar een scenario van Bart de Pauw, de Nederlandse adaptatie is van thrillerauteur Saskia Noort) schaffen vijf getrouwde vrienden in het geheim een luxueus appartement aan waar ze hun scharrels mee naartoe kunnen nemen. Op een kwade dag vindt een van hen er het lichaam van een dood meisje, in bloed gedrenkt en met handboeien vastgeketend aan het bed.

Van Looy zou aanvankelijk ook de Nederlandse remake regisseren, maar toen er sprake was van een Hollywood-remake, werd Beumer (De gelukkige huisvrouw) gevraagd. Na een ongeluk op de set – bij opnamen in Brussel stortte een stelling naar beneden – waarbij Beumer en Elsen ernstig gewond raakten, werd Van Looy alsnog ingeschakeld.

Van Looy, wiens Hollywood-remake alweer uit zicht was geraakt, regisseerde een aantal scènes met Toneelgroep Amsterdam-acteur Chico Kenzari, die niet konden worden uitgesteld omdat hij weer andere verplichtingen had. (Kenzari, overigens, had zijn rol overgenomen van Gijs Naber, die weer de rol van Marcel Hensema had gekregen toen Beumer de regie overnam van Van Looy; bent u daar nog?)

Beumer en Elsen keerden overigens snel terug op de set. Omdat hij zijn hiel verbrijzelde moest Elsen echter vanuit een rolstoel aanwijzingen geven aan een tweede cameraman.

Loft Scenario: Bart de Pauw, Nederlandse adaptatie Saskia Noort / Regie: Antoinette Beumer / Camera: Danny Elsen / Montage: Annelien van Wijnbergen, Philippe Ravoet / Productie: Rachel van Bommel, Sander van Meurs, Hilde de Laere / Uitvoerend producent: Lisette Kelder / Production Design: Kurt Loyens / Muziek: Wolfram de Marco / Met: Barry Atsma, Fedja van Huet, Jeroen van Koningsbrugge, Gijs Naber, Chico Kenzari, Anna Drijver, Kim van Kooten, Hadewych Minis, Lies Visschedijk, Sallie Harmsen, Katja Herbers, Raymond Thiry, Rene Fokker / Omroep: BNN / Distributie: Independent Films / Te zien: 16 december 2010

30

08 2010

Zoek de 10 verschillen

Op de subtiele Franse poster van Piranha 3D heeft de dobberende jongevrouw eigenlijk helemaal niet zo veel reden tot ongerustheid – in ieder geval niet in vergelijking met de Amerikaanse en de Nederlandse…

Tags:

30

08 2010

‘Vergelijk het maar met zachte of atonale muziek, daar moet je ook een beetje je best voor doen’

Vladivostok, 2006 © Alexander Gronsky

‘Ik heb nu een dag of tien een studio in de Jordaan, maar ik heb nog geen foto gemaakt. Maar het artist-in-residency is volgens mij ook bedoeld om je tijd te nemen, om musea en galeries te bezoeken. Gisteren ben ik op Sail geweest. Op een boot, er waren oude vrienden van ons uit Estland. En vanochtend heb ik met mijn vrouw en baby door de stad gewandeld. Heerlijk. Maar fotograferen? Ik houd er niet zo van om foto’s te maken in de stad. Daar kan ik niet goed uit de voeten. Er gebeurt me veel te veel, dat leidt maar af. Ik moet het gevoel hebben dat ik controle heb over het beeld. Daarom geef ik er de voorkeur aan de stad uit te gaan, de natuur in.’

Terwijl zijn foto’s Foam worden binnengedragen, zit fotograaf Alexander Gronsky (Estland, 1980) een glaasje cola te drinken in het café. Dit voorjaar won hij de Foam Paul Huf Award, bestaand uit een geldbedrag van 20 duizend euro, een artist-in-residency in Amsterdam en een tentoonstelling in Foam. ‘Gronsky vernieuwt de traditie van documentaire fotografie’ meende de internationale jury. ‘In zijn werk gebruikt hij een narratief met een intieme afstand; veraf maar niet afstandelijk, waarmee hij een hele nieuwe wereld opent met een ogenschijnlijk klassieke techniek.’

In Foam zijn twintig foto’s te zien, verdeeld over twee verwante series: ‘Less Than One’, waarvoor hij naar delen van Rusland trok waar het gemiddelde bevolkingsaantal minder dan één per persoon per vierkante kilometer is, en ‘The Edge’, waarin hij de buitenwijken van Moskou in beeld brengt. Met deze tweede serie onderzoekt Gronsky niet alleen de periferie van de stad, hij zoekt ook de grenzen van de fotografie op. De foto’s zijn gemaakt tijdens de lange wintermaanden en worden in sterke mate bepaald door het wit van de sneeuw, waardoor ze abstract en grafisch aandoen.

Een beroepsopleiding tot fotograaf heeft hij ‘niet echt’ gedaan. Na enig doorvragen: ‘echt niet’. Gronsky werkte als assistent in een fotostudio en verhuisde op zijn twintigste van Estland naar Rusland, omdat hij dacht dat hij daar makkelijker werk zou vinden. Dat bleek te kloppen: na twee afspraken kon hij aan de slag bij een groot lifestyleblad. ‘Ik maakte foto’s bij reisverhalen, portretten bij interviews, en na verloop van tijd dacht ik: als fotograaf moet je toch ook eigen projecten doen. Toen ben ik begonnen met landschappen. De eindeloze ruimte sprak me aan. Het waren bovendien foto’s waarvan ik me kon voorstellen dat ze ergens aan een muur zouden hangen.’

Het kijken naar zijn fotografie moet een emotie oproepen vergelijkbaar met het gedachteloos staren, met een onbestemd gevoel van onbehagen, naar een ongedefinieerd punt ergens in de ruimte. Afstand is daarbij cruciaal, meent Gronsky. ‘Toen ik mijn stijl ontwikkelde, had ik last van de beroemde uitspraak van Robert Capa: Zijn je foto’s niet goed genoeg? Dan was je niet dichtbij genoeg! Een van mijn beste foto’s maakte ik toen ik bezig was met een reportage voor dat lifestyleblad. Ik was in Vladiwostok, in het uiterste oosten van Rusland, aan de Japanse Zee, toen ik een meisje zag dat op een dak lag te zonnen. Toen ik die scène zag, baalde ik als een stekker dat ik geen langere lens bij me had, dat ik niet dichterbij kon komen. Maar toen ik de foto thuis zag, wist ik direct: dit is het. Die enorme ruimte, de leegte, de eenzaamheid… dat is veel sterker. Die foto stond aan de basis van ‘Less Than One’; ik had ontdekt dat ik het meest geïnteresseerd was in de ruimte om iets heen, niet om een object of persoon met een bepaalde betekenis. Als mensen ook maar een beetje herkenbaar zijn, trekken ze zo veel aandacht. Dat leidt af. Als je ergens op inzoomt, veronderstel je dat de fotograaf een bepaald idee heeft met dat ene specifieke beeld. Maar in de meeste gevallen heb ik dat helemaal niet. Ik ben er, ervaar de ruimte. Dat levert schijnbaar abstracte werken op, maar als je beter kijkt, zie je steeds meer. Vergelijk het maar met zachte of atonale muziek, daar moet je ook een beetje je best voor doen.’

Op de vraag of hij met zijn foto’s iets wil zeggen over het Rusland van Poetin, kijkt Gronsky even peinzend voor zich uit. Dan: ‘Ja, dat denk ik wel. Hoewel, ik probeer de sociale context zo veel mogelijk te vermijden. Maar ik fotografeer het land op dit moment, dus het bevat informatie over het land op dit moment. Maar ik wil geen waardeoordeel uitspreken met mijn foto’s. Ze zeggen niet of het goed is, of slecht. Of dat het erg is dat het land vervuild is. Mijn werk is ook niet politiek; de Russische kunstwereld is geobsedeerd door politieke kunst, maar ik kan daar weinig mee; het zou me maar beperken. Ik ben ook geen journalist, ik voel me nog het meest senang met de term documentairefotograaf: ik documentair het land met mijn werk.’

De expositie in Foam is Gronsky’s eerste grote, eerder had hij alleen twee kleine tentoonstellingen in Moskou. ‘Ik doe nog steeds opdrachtwerk om in mijn levensonderhoud te voorzien. Mijn vrije werk is tot nu toe vooral een dure hobby; het kost me veel meer dan het oplevert. Ook als ik ze allemaal verkoop; het zijn series van een stuk of zeven, en ze doen rond de 1000 euro, zonder lijst – dat is redelijk normaal voor een beginner. Van dat bedrag gaat de helft naar de galeriehouder, en ze gaan nog niet als warme broodjes over de toonbank. Als ik er twee of drie verkoop in een maand is het veel, dus reken maar uit…’ Hij stopt en kijkt op. ‘Ik praat veel over geld, hè? Dat is niet zo goed voor een jonge kunstenaar? Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig om te doen. Maar dat concept van een straatarme artiest staat me niet echt aan… En ik heb een vrouw en een baby en een huis… Ach. ik begin natuurlijk nog maar net. Daarom is de Paul Huf Award ook zo belangrijk. Prijzen zijn goed voor je marktwaarde, zo werkt het nu eenmaal. En vanwege die 20 duizend euro, natuurlijk. Ik mag het vrij besteden, geloof ik.’

Foam Paul Huf Award: Alexander Gronsky. T/m 10 oktober 2010 in Foam_Fotografiemuseum Amsterdam. www.Foam.nl

26

08 2010

‘Als ik dan toch kan kiezen, dan kies ik de beste’

Toen de Franse actrice Juliette Binoche ruim tien jaar geleden werd gevraagd of ze niet eens naar Hollywood wilde, liet haar antwoord aan duidelijkheid niets te wensen over: Nee, zei ze, ik wil een film maken met Abbas Kiarostami (Taste of Cherry, The Wind Will Carry Us, De witte ballon). ‘Ik had zijn film gezien, en vond ze fantastisch. Als ik dan toch kan kiezen, dacht ik, dan kies ik de beste.’

Haar wens is uitgekomen. Binoche had een rolletje in Kiarostami’s Shirin (2008) en een formidabele, op het afgelopen filmfestival van Cannes onderscheiden hoofdrol in Copie conforme, de eerste film die de gelauwerde Iraanse regisseur in het Westen opnam. Maar vanzelf is het niet gegaan, aldus Binoche op het afgelopen festival van Cannes.

‘Het leven is helaas niet zo simpel. Je kunt zeggen wat je wilt, je kunt dromen wat je wilt, maar je moet een beetje geluk hebben. Toen ik zei dat ik graag met Abbas wilde werken, leek dat zo goed als onmogelijk. Hij werkte in Iran, met niet professionele acteurs, en in het Farsi. Maar iedere keer dat ik hem zag, zei ik: ik wil graag eens met je werken. Abbas zei nooit nee. Maar hij zei ook nooit ja. Wat hij wel zei? Kom naar Teheran. Maar ik was een beetje bang, door de nieuwsbulletins en de kranten: de kloof tussen het Westen en het Midden-Oosten, de nucleaire dreiging, de repressie, de burka’s… Ik heb twee kinderen, dus het was best een stap. Maar het was een feest. Ik ben nooit eerder zo hartelijk ontvangen; de mensen in Teheran zijn zo gastvrij. Naar buiten toe mogen de vrouwen misschien gesloten overkomen, binnenskamers zijn het net Italianen: sterken geesten, met een groot hart.’

Read the rest of this entry →

17

08 2010

Nieuwe Telefilms in juli, september en oktober

Vanaf zaterdag 17 juli zendt de Publieke Omroep zes nieuwe tekenfilms uit. Althans, maanden geleden werd de eerste nieuwe Telefilm, het charmante Sekjoeritie van Nicole van Kilsdonk, al uitgezonden op een doordeweekse avond – heel toepasselijk tegenover de Gemeenteraadsverkiezingen, met alle gevolgen van dien voor de kijkcijfers.

Twee andere nieuwe Telefilms, het houterige ontvoerings/familiedrama Kom niet aan mijn kinderen van Ron Termaat (zou Paula van der Oest die niet regisseren?) en het geslaagde Zuidas-drama Win-win van Jaap van Heusden, zijn intussen al even in de bioscoop te zien geweest. Blijven er drie echte nieuwe Telefilms over. De laatste reis van meneer van Leeuwen van Hanro Smitsman, Köfte van Michiel van Jaarsveld en Lellebelle van Mischa Kamp (‘een film over en mét seks’).

Ze worden uitgezonden in juli, begin september en begin oktober. Op Nederland 1, 2 en 3. Lang leve de horizontale programmering! En lang leve de netmanagers, natuurlijk! Zo wordt het natuurlijk nooit wat met drama van eigen bodem…

12

07 2010

Stedelijk en Di Sciullo van elkaar af

Pierre di Sciullo (rechts) tijdens zijn pitch. V.l.n.r.: Voormalig SM-directeur Gijs van Tuyl, extern adviseur Gerard Hadders en Marjolijn Bronkhuyzen, hoofd Communicatie en Marketing.

Het Stedelijk Museum en Pierre di Sciullo bereiken overeenstemming over afwikkeling samenwerking’, laat het onzichtbare museum weten in een persbericht. De Sciullo begon begin 2009, na het winnen van een omvangrijke pitch, met zijn werk. Eind 2009 was een aantal ontwerpen drukklaar. In februari 2010 kreeg hij echter een brief: ‘I, as the new director of the Stedelijk Museum, in essence have a different view than my predecessor on the museum’s graphic identity’ liet de nieuwe directeur Ann Goldstein hem weten.

Begin vorige week eiste Di Sciullo nog voor het Amsterdamse kantongerecht dat de overeenkomst zou worden nagekomen, en dat het Stedelijk een rectificatie plaatst in de Volkskrant, NRC, Telegraaf, Trouw en Het Parool met de boodschap dat Di Sciullo de grafisch ontwerper is die de huisstijl gaat maken.

En nu is de zaak dus in den minne geschikt. Benieuwd hoeveel er is betaald, maar geen van de partijen geeft nader commentaar. Hier moeten we het mee doen:

‘Nadat het Stedelijk Museum eerder dit jaar bekendmaakte de samenwerking met grafisch ontwerper Pierre di Sciullo te beëindigen, hebben het Stedelijk en Pierre di Sciullo overeenstemming bereikt over de afwikkeling van de samenwerking.

In maart 2010 maakte het Stedelijk Museum na zorgvuldig beraad en met diep respect voor ontwerper Pierre di Sciullo bekend de samenwerking met de ontwerper te beëindigen. Dit besluit werd genomen door Ann Goldstein, directeur van het Stedelijk Museum, met instemming van de Raad van Toezicht.

Het proces dat leidde tot de keuze voor Pierre di Sciullo werd in 2006 gestart tegen de achtergrond van een heropening van het museum in 2009. Tegen de tijd dat Ann Goldstein werd benoemd als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum per januari 2010, werkte Pierre di Sciullo in een constructieve samenwerking met het museum aan de visuele identiteit. Ann Goldstein heeft als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum echter een andere visie op de visuele identiteit en de branding van het Stedelijk, en besloot de samenwerking te beëindigen.

Het Stedelijk Museum benadrukt dat Pierre di Sciullo op zeer professionele wijze en zeer vakkundig zijn opdracht uitvoerde. Als gerespecteerd kunstenaar en ontwerper met een internationale reputatie maakt zijn werk een belangrijk onderdeel uit van de collectie van het Stedelijk Museum. Het Stedelijk maakt van deze gelegenheid gebruik om zijn waardering uit te drukken voor de ontwerper en voor allen die aan het ontwerpproces hebben bijgedragen.

12

07 2010